‘Fijnere band met cliënten’

Het verhaal van Rose
 
Rose werkt in de dagbesteding op Kanidas en Nazareth: “Maar in coronatijd alleen Kanidas; op twee locaties mocht niet.” Ze vond werken in de coronatijd “in het begin beladen, beetje eng. Ik focuste me echt op afstand houden. Het is zo gewoon om contact te zoeken met iemand, even aanraken, een hand geven. Dat kon niet. Dat vonden de cliënten vreemd, zelfs onbeleefd. Maar toen ik uitlegde waarom en dat dat voor hun veiligheid was, snapten ze het. Daar kon ik het ijs mee breken.”
 
Het inachtnemen van de regels was niet eenvoudig: “Dat is lastig te begrijpen voor mensen met dementie. Dat heeft uitleg nodig, op een hele simpele manier. Het komt wel over maar voor hen is het heftig; ze zijn die beleefdheidsvormen gewend, en die mochten niet. Maar als ik uitlegde dat we met de ellebogen mochten groeten, vonden ze dat grappig.” Dat vergde dus een hele andere manier van communiceren: “Toch op een luchtige en laagdrempelige manier uitleg geven. Dat is ooit wat moeilijker dan bij mensen die het wel allemaal snappen.”
 
Ook haar manier van werken was heel anders dan anders: “Meer op mezelf. Ik deed in m’n eentje steeds met een paar bewoners een kleine activiteit. Ik werkte met kleine groepjes cliënten; op de afdeling, de gangen of in de gasterij. Er was muziek, verhalen van toen, creatief; hele mooie momenten dat mensen zich echt blootgaven. Juist door die kleine setting kwam dat er beter uit.”
 
Haar collega’s namen de zogenoemde cabine voor hun rekening: “Een coronabestendige manier om toch op bezoek te kunnen komen; familie kon met hun dierbare communiceren door de glazen wand in de cabine.” Dat begeleiden wilde Rose liever niet doen: “Te emotioneel. Dat kon ik niet handlen, terwijl je juist wilt helpen bij zo’n ontmoeting. Ik heb mijn ouders nog niet lang geleden verloren, mijn vader had ook Alzheimer en zat in een verpleeghuis. Ik kon mijn ouders voorheen wel opzoeken, deze families niet met hun geliefde. Ik heb dat meteen bij collega’s aangegeven. Dan liever op de afdeling.”
Haar collega’s deden honderd procent hun best in de cabine voor Kanidas en Nazareth: “Bij een verjaardag of jubileum van een cliënt pakten ze groot uit. Met moederdag en vaderdag waren er bloemstukjes, cadeau-tasjes en presentjes. In de weekenden en tijdens feestdagen ging de bezoekerscabine gewoon door. Collega’s maakten de agenda in overleg met familie en afdelingen. Zij zagen ook hoe heftig het kon zijn toen cliënten hun familieleden weer zagen en zij hen daarin ondersteunden.”

Ik kreeg een heel andere band met cliënten, en dat toch in een beladen en angstige tijd. Ik realiseerde me hoe bevoorrecht ik was met dat contact.

 Rose vindt dat de coronaperiode ook veel moois opleverde: “Het één-op-ééncontact, veel intiemer. In het begin was dat wat zwaarder omdat ik er in m’n ‘eentje’ voor stond. Maar later was het juist fijner; ik kreeg een heel andere band met cliënten, en dat toch in een beladen en angstige tijd. Ik realiseerde me hoe bevoorrecht ik was met dat contact. Het gaf me echt een andere kijk op mijn werk. Cliënten konden veel vertellen en kwijt. Ik kon hun persoonlijke talenten zien, die ik anders niet had opgemerkt. In die gesprekken kwam veel tevoorschijn, wow. Ik zei ook tegen collega’s: ‘Klinkt raar, maar ik heb een toptijd gehad’. Sommige cliënten ook; die vonden het wel lekker rustig zonder bezoek. Grappig maar eerlijk; zo’n verrassend antwoord verwacht je niet. Prima, gewoon zeggen wat je denkt en voelt. Ook als je je vrouw en kinderen heel erg mist.”

Klinkt raar, maar ik heb een toptijd gehad.

Rose is ook zeer te spreken over de onderlinge communicatie: “De zorgcollega’s overlegden steeds welke cliënten behoefte hadden aan activiteit, dachten mee over bijvoorbeeld een cliënt die pas net was verhuisd; ‘wil je dit proberen, lukt dat één op één? Die mevrouw was er pas, en dan al meteen geen bezoek; drama. Stel je voor; ergens wildvreemd komen wonen en vreemde gezichten om je heen. Dan komt er veel op je af; dan ga je je verplaatsen in die cliënt. Dat is wel ons vak.” Dat wil ze collega’s ook meegeven: “Blijf cliënten aandacht geven, pak die kans. We zijn nu bezig die mensen eruit te pikken die zulke specifieke activiteiten nodig hebben. We brainstormen over de opzet daarvan, wordt aan gewerkt.”
 
Intussen focust haar werk zich alweer op de corona 2.0-zorg: “Inloopactiviteiten waar tot veertien personen bij kunnen zijn op anderhalve meter. We bieden van alles aan dat kan in die setting: bakken, sjoelen, breien. In twee uur kunnen cliënten daar doen wat zij willen. De groepen zijn weer wat groter en je moet wel je aandacht wat meer verdelen. Maar mensen zwaaien naar me, herkennen me. Daar ben ik blij mee.”

Meer informatie over Archipel?

Contact     Folders & Brochures     Vacatures