‘Gelukkig kan ik relativeren’

Het verhaal van Hella

Revalidatieverpleegkundige Hella werkt op Dommelhoef: “Op de gewone revalidatieafdeling maakten we in maart niet de lange diensten en de IC-drukte mee die in de media voorbijkwamen. Er was wel constant het gevoel van onzekerheid, want iedereen kon besmet zijn. Dat gaf voor mij spanning. Je bent constant alert; zodra iemand hoest, is het oh jee, isolatie, controles, testen.”
 
De corona-unit startte begin april: “Een unit van onze revalidatieafdeling die daarvoor werd afgescheiden en ingericht door collega’s, facilitaire zaken en een coördinator. Er werden externe mensen aangetrokken voor de coronapool. Zij meldden zich vrijwillig aan; mensen van dagbesteding en van Zuidzorg die hun rondes geminimaliseerd zagen worden. Er was dus een heel nieuw team, met zes mensen van revalidatie. Ik zat daar ook bij. Ik heb de hele maand in de corona-unit gewerkt. Dat gaf mij rust. Ik wist dat ik mensen niet besmette. Iedereen was beperkt, het enige uitje was naar de supermarkt en ook dat deed ik zo min mogelijk. Dat werken in een feitelijk nieuw team was in het begin heel gek.

Je bent zo intens samen, met elkaar bezig voor één doel, dat schept een hele bijzondere band; we waren heel snel één team, één taak.

Als er iemand uitviel of het drukker werd, was iedereen bereid om extra te werken, of vrij te nemen als het rustiger was. De unit is tot 7 mei actief geweest; heel kort en heel intens. Ik heb in die periode iets van zestig overuren gemaakt. Dat doe je dan. Op de afdeling waren vier mensen besmet die naar de isolatie-unit kwamen. Er zijn ook nog acht mensen uit het ziekenhuis gekomen, om te revalideren omdat ze corona hadden doorgemaakt en op de IC hadden gelegen. Die waren beademd geweest, hadden slikproblemen, conditioneel veel ingeleverd. We werkten er volledig in pak: overjas, handschoenen, mondkapje en spatbril. Hartstikke warm natuurlijk, om dat het buiten warm was. Je kon een paar uur niet drinken en naar het toilet was ook een hele toer, dus eigenlijk deed je dat ook niet. Maar dat pak gaf mij wel zekerheid dat ik niemand kon besmetten.”
 
Hella prijst zich gelukkig dat de heftige coronaperiode weinig psychische impact op haar heeft gehad: “Sommige mensen in de unit kwamen te overlijden, anderen knapten weer op. Daar blijft het bij. Het is je werk. Natuurlijk is die houding zelfbescherming. Een collega heeft er wel veel moeite mee gehad. Ze moest een nieuwe cliënt ophalen, de familie moest in de hal afscheid nemen, wetende dat ze misschien die persoon niet meer zouden terugzien. Ik kon er niet zijn voor die collega, we zagen elkaar door het glas. Het enige dat ik kon doen is luisteren en erkennen dat ze het moeilijk had. Ik vind het voor haar heel vervelend.

Gelukkig kan ik relativeren, maar wat me wel frustreerde is dat ik me opgesloten voelde in de corona-unit.

Ik had geen contact met collega’s erbuiten terwijl je wel constant op hen een beroep doet. Zij hadden het ook druk en moesten met minder personeel toe; wij mochten de afdeling niet af dus zij moesten spullen aanleveren. Er was een meneer die richting overlijden ging en het heel benauwd had; die moest per order arts morfine krijgen. Dat was er niet maar ik kon mijn collega niet bereiken. Ik stond op het punt mijn beschermende kleding uit te trekken en zelf morfine te gaan halen, want je wilt op dat moment die meneer zijn lijden verlichten. Dat was heel frustrerend en het moment dat ik huilend van machteloosheid bij de deur stond. Ik had nog zo’n moment toen een collega door de deur vroeg hoe het met me ging.”
 
Toen Hella weer aan de slag ging op de reguliere revalidatieafdeling, was dat wennen: ”Raar. De eerste week had ik er veel moeite mee. Je voelt je veilig in je isolatiepak, de volgende dag sta je – voor jouw gevoel – onbeschermd bij de mensen.

In pak kon je elkaar een knuffel geven, zonder kon dat niet meer en moest je afstand nemen.

Het voelde alsof alles anders ging, alsof ik de steeds veranderende procedures opnieuw moest leren. Als mensen voor een polibezoek in het ziekenhuis waren geweest, droegen we wel handschoenen en een mondkapje en pasten we weer twee weken isolatiemaatregelen toe. Er is een periode geweest dat de voorraad beschermingsmaterialen krap was, vooral op de gewone afdelingen. De aandacht ging vooral naar de corona-unit, de collega’s op de afdelingen hadden een beetje het gevoel dat ze achteraan in de rij stonden. Terwijl zij veel cliënten hadden die naar buiten gingen en mogelijk besmet raakten.”
 

Meer informatie over Archipel?

Contact     Folders & Brochures     Vacatures