'Onbegrip begrepen'

Het verhaal van Hanny

Hanny is contactverzorgende in de leefmilieus Pico- en Palmalaan in Archipel Landrijt. Daar raakten eind maart twee cliënten besmet met COVID-19. "In de structurele, actieve leefmilieus wonen jongere cliënten tot 65 jaar. De meeste mensen hebben de diagnose dementie en er zijn cliënten met NAH, niet-aangeboren hersenletsel. De cliënten zijn cognitief wel aangedaan maar hebben geen ziekte-inzicht."

De twee cliënten wisten dat ze ziek waren, maar waarom de afdeling op slot moest? Dat begrip was er niet.

“De eerste cliënt was verkouden, had verhoging. Vrijdagnacht kwam het bericht: positief getest. Ik ben zaterdagochtend begonnen. Omdat het begeleide groepen zijn, sta je altijd alleen. Toen werd de tweede ziek, die testte ook positief. Dan ga je meteen op slot; in cohort bij twee of meer besmettingen. Veel cliënten roken maar ze mochten niet naar de rookruimte; op de eigen kamer blijven, niet met elkaar in aanraking komen, geen bezoek. Krijg dat maar uitgelegd. Dat was een hele lastige dag. De collega’s van het andere leefmilieu hebben me echt ondersteund. Ze deden hun best maar mochten niet op de afdeling komen. En natuurlijk moest er meteen veel geregeld worden; ik heb direct de bestuurder en de teamcoach op de hoogte gesteld en alle zaken uitgezet die nodig waren. Er moest die dag veel werk verzet worden.”

De besmetting had ook privé gevolgen voor Hanny: “Mijn man behoort tot de risicogroep. Op advies van de cardioloog heb ik vier-vijf weken apart geslapen en thuis afstand gehouden. Maar voor de cliënten was het het allerergst. Ze waren gewend door de hele locatie te mogen lopen en elke dag een activiteit te doen, sommigen mochten het weekend naar huis, ze mochten roken wanneer ze wilden; alles werd meteen omgezet naar ‘niet’."

Dan kun je je wel voorstellen dat de onrust heel erg toenam.

"Vanaf die dag werkten we elke dag met twee personen, en dat was hard nodig. Ik heb wel eens tegen mijn man gezegd dat wij een vergeten groep waren. Ik kwam ’s avonds ook helemaal leeg thuis en ging meteen douchen. We hadden een heel fijn team en als je er even doorheen zat, kon je dat aangeven. Ook daarna. Toen we er middenin zaten, gingen we door, maar daarna bleek toch wel dat het veel meer deed dan gedacht. Natuurlijk hebben we nazorg gehad; toen werden collega’s echt emotioneel. Maar we hebben het als team fijn gedaan en elkaar goed gesteund. We hebben echt ons steentje bijgedragen, met z’n allen; petje af.”

“We hebben vier weken beschermd rondgelopen; mondkappen, schorten, handschoenen. Telkens weer ontsmetten, omkleden, lange uren maken, niet van de afdeling afkunnen. We zijn heel goed ondersteund door de verschillende disciplines in huis. Elke middag belden de arts en de psycholoog via Zoom; hoe het met ons ging, of er moeilijkheden waren. Elke dag werden we goed voorzien van vers fruit, smoothies en broodjes. Dat was perfect.
Met de arts en psycholoog hebben we - wat het roken betreft – op een gegeven moment gezegd dat er verandering moest komen. Het was geen haalbare kaart meer voor de cliënten én de medewerkers. Er kwam zelfs agressie bij; verbaal, en fysiek naar elkaar toe. Toen is gezegd: mondkapje op, handen wassen en met maximaal twee personen op anderhalve meter in de rookruimte. Dan nog was je de hele dag bezig om als politieagentje over de afdeling te lopen. Vooral vervelend voor de cliënten, die steeds de mondkapjes en handen wassen vergaten. Ze vonden het allemaal maar onzin.”

“Maar het ergste van de sluiting was: geen bezoek. Het is een hele heftige periode geweest voor cliënten en hun familie. Voor mij was agressie de trigger als ik er even doorheen zat. Er was onbegrip, en dat begrepen wij. We konden niet om de maatregelen en adviezen heen maar er waren cliënten die per se naar buiten wilden, wat niet mocht. De wanhoop, boosheid, frustratie; dat heeft mij heel erg geraakt. En het verdriet over de partner en de kinderen niet mogen zien. Er is heel veel gebeurd in verpleeghuizen. En als je dan ’s avonds thuis op de bank zit, dan gaan je gedachten echt wel naar een bewoner, naar de agressie: ‘Wat heb ik allemaal meegemaakt vandaag?’ Nu er weer bezoek op de eigen kamer mag, is de rust een heel stuk terug. Al vindt de familie het vervelend dat ze niet naar de huiskamer mogen, want daar treffen ze toch lotgenoten; ook dat begrijp ik heel goed.”

Hanny’s advies voor collega’s: “Houd de rust in het team en blijf elkaar ondersteunen. En wat ik de organisatie wil meegeven: probeer te voorkomen dat alles op slot moet. Ik begrijp dat er gehandeld moest worden, maar voor cliënten is het een heel hard gelag geweest.”

Meer informatie over Archipel?

Contact     Folders & Brochures     Vacatures